U kent het wel. Onderweg naar welke bestemming dan ook vragen mijn kinderen steevast: "Is het nog ver, papa?" Uiteraard is dan mijn antwoord altijd, zoals waarschijnlijk ook velen van u zullen antwoorden: "Nee hoor, we zijn er bijna". Na een kilomter of 20 herhaalt zich dan het geheel opnieuw. Nu dat mijn kinderen wat ouder worden vragen ze het nog steeds, maar ze geloven mijn antwoord niet meer. Waarschijnlijk heb ik ze simpelweg te vaak geprobeerd voor de gek te houden. Daarbij zijn ze ook ouder en vooral, veel wijzer geworden. Mijn geloofwaardigheid heb ik dus eigenlijk feitelijk zelf verspeeld. In plaats van het gebruikelijke antwoord, vertel ik ze nu dus maar gewoon de waarheid: "Ja, het is nog best ver, maar we gaan er zeker komen. Laten we er dus het beste van maken."

Kadernota’s, onderzoeksrapporten, referentiekaders, beleidsreacties, scripties, commissierapporten, verkenningen, standpuntnotities en Tweede Kamerbrieven. In de afgelopen jaren is een indrukwekkende hoeveelheid stukken geschreven over politievrijwilligers. Stapel je ze allemaal op, dan kun je er een aardige bijzettafel van maken. De ene helft beschrijft dat de politie er goed aan zou doen om meer gebruik te maken van politievrijwilligers, want er liggen veel kansen. Dat de politie er alsmaar niet in slaagt om haar vrijwilligers voldoende begeleiding te bieden is waar de andere helft van de stukken over gaat. Door de jaren heen zijn onze leden er steeds minder in gaan geloven dat die stukken zullen helpen om hun situatie te verbeteren. Ze zitten niet te wachten op weer een stuk papier. Ze zitten te wachten op een adequate rijopleiding, duidelijkheid over welke taken ze mogen uitvoeren, hun boa-bevoegdheid, duidelijkheid over hun onkostenvergoeding en rechtspositie of om perspectief op doorstroming naar hogere rangen.

In het voorjaar werd aan die grote stapel stukken nóg een stuk toegevoegd. De visie op politievrijwilligers. Het stuk beschrijft hoe de minister aankijkt tegen vrijwilligers bij de politie en wat er gedaan moet worden om hun inbedding in het korps te verbeteren….. Nu zijn wij druk bezig met de uitwerking.

Schutterijen waren de voorlopers van de hedendaagse politie. Ze bestonden uit vrijwillig dienende burgers, die zich naast hun beroep inzetten voor ordehandhaving. Wat dat betreft vertoont de voormalige schutter wel wat overeenkomsten met de huidige politievrijwilliger. Een groot verschil is dat politievrijwilligers integraal onderdeel uitmaken van een politiekorps waarin ook beroepscollega’s dienen. Schutterijen waren daarentegen zelfstandig en kenden geen beroepskrachten. Kenmerkend voor de schuttersgilden was dat ze vaak vermogend waren en zich graag lieten vereeuwigen op doek. De hedendaagse vrijwillige ordehandhavers zie ik dat niet snel meer doen.

Omdat politievrijwilligers onderdeel uitmaken van de politie zijn ze afhankelijk van een korps om op een leuke manier hun diensten te kunnen doen. In de afgelopen jaren is de politie daar niet altijd even goed mee omgegaan. Op sommige momenten had een eigen schutterij best prettig geweest, omdat we dan zelf de dienst uit konden maken. Een aantal problemen hadden zich dan waarschijnlijk niet voorgedaan. Onderdeel zijn van dat ene nationale politiekorps heeft desondanks ook z’n charme. Politievrijwilligers opereren veelal in leuke teams en de contacten met de beroepscollega’s zijn goed. Ze beleven een hoop plezier aan elkaars aanwezigheid. Ook zijn ze trots op de prestaties die ze als team boeken. Eigenlijk is het dus maar goed dat er geen afzonderlijk vrijwilligerskorps is.

Nog te vaak hoor ik dat er over politievrijwilligers gesproken wordt als leden van de vrijwillige politie. Dit terwijl ze politiecollega’s zijn die toevallig op vrijwilligersbasis in dienst zijn. Ik vind dat jammer. Taal is namelijk een krachtig middel. Als je jezelf steeds weg laat zetten als buitenstaander, dan word je vanzelf als een buitenstaander behandeld. Natuurlijk zijn politievrijwilligers niet fulltime in dienst, maar het grote aantal bijzondere regeltjes waar politievrijwilligers mee geconfronteerd worden laat zich maar op één manier verklaren.

Politievrijwilligers moeten over dezelfde competenties beschikken, dezelfde toetsen afleggen en beschikken over dezelfde bevoegdheden als hun beroepscollega’s. Desondanks worden ze nog teveel gezien als schutters en te weinig als gelijkwaardige collega’s. Als LOPV willen we dat daar een einde aan komt. Om die omslag in denken teweeg te brengen is het belangrijk dat we ons in woord en daad onderdeel maken van dezelfde organisatie en vooral de overeenkomsten gaan benadrukken. Ik zie het inmiddels als persoonlijke missie om de term ‘vrijwillige politie’ uit ons standaard taalgebruik te krijgen. Weg met de schutterij!

Graag moedig ik u aan om binnenkort het Rijksmuseum te bezoeken. Loop dan vooral ook naar het einde van de eregalerij. Daar hangt het bekendste schuttersstuk ter wereld. Het doek, De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren, zult u ongetwijfeld kennen onder diens bijnaam De Nachtwacht. Kijk ernaar en stel uzelf de vraag: wil ik lid zijn van de schutterij, of ben ik als politieambtenaar onderdeel van dat ene nationale politiekorps? Als u tot hetzelfde antwoord komt als ik, laten we het dan niet meer over ‘vrijwillige politie’ hebben. Komt u tot een ander antwoord, zullen we dan een afspraak plannen om een nieuw schuttersstuk te laten schilderen? De muren van ons clubhuis zijn namelijk nog leeg.

Woensdag 1 april, dat is geen grap, hadden we een bestuursvergadering. We spraken onder andere over de visie die de LOPV, vakbonden, ministerie en politie gezamenlijk aan het ontwikkelen zijn op de (toekomstige) politievrijwilliger. Voor de LOPV is het uitgangspunt de gelijkwaardigheid ten opzichte van de beroepsmatige collega's.

Voor beroepsmatige collega's is er om allerlei redenen besloten om surveillanten in de gebiedsgebonden politiezorg (GGP) te gaan uitfaseren. De LOPV wil dat in de komende jaren alleen nog maar executieve politievrijwilliger instromen op het niveau van agent en hoger. Voor de huidige surveillant in de GGP zal dit betekenen dat er gewerkt moet worden aan doorstroming naar het niveau van agent of hoger.

De afgelopen weken hebben de bestuursleden van de LOPV niet stilgezeten. Er is met verschillende eenheden gesproken over het 'visiedocument politievrijwilligers' wat door de landelijke portefeuillehouder en de twee projectleiders voorbereid wordt. De bestuursleden van de LOPV hebben informeel de boodschap afgegeven niet blij te zijn met de toonzetting van het (concept) visiedocument. Gelukkig is het contact tussen de politie, de bonden, het ministerie van Veiligheid en Justitie en verschillende teams ‘Vrijwilligers & Volontairs’ binnen de eenheden goed. De LOPV heeft er dan ook alle vertrouwen in dat er op korte termijn een visie komt waarop een nieuwe vrijwilligersorganisatie gebouwd kan worden. Uitgangspunt moet zijn dat de politievrijwilliger een volwaardige collega is. Woensdag 14 januari heeft er mede in dit kader een gesprek plaatsgevonden tussen enerzijds de LOPV en anderzijds enkele leden van de korpsleiding. In dit gesprek heeft het bestuur aangegeven ontevreden te zijn met de voortgang van het dossier en hebben wij onze zorgen geuit. Daarnaast hebben we aangegeven te begrijpen dat er complexe krachten spelen die er voor zorgen dat dingen niet altijd gaan zoals gewenst of verwacht.