Schutterijen waren de voorlopers van de hedendaagse politie. Ze bestonden uit vrijwillig dienende burgers, die zich naast hun beroep inzetten voor ordehandhaving. Wat dat betreft vertoont de voormalige schutter wel wat overeenkomsten met de huidige politievrijwilliger. Een groot verschil is dat politievrijwilligers integraal onderdeel uitmaken van een politiekorps waarin ook beroepscollega’s dienen. Schutterijen waren daarentegen zelfstandig en kenden geen beroepskrachten. Kenmerkend voor de schuttersgilden was dat ze vaak vermogend waren en zich graag lieten vereeuwigen op doek. De hedendaagse vrijwillige ordehandhavers zie ik dat niet snel meer doen.

Omdat politievrijwilligers onderdeel uitmaken van de politie zijn ze afhankelijk van een korps om op een leuke manier hun diensten te kunnen doen. In de afgelopen jaren is de politie daar niet altijd even goed mee omgegaan. Op sommige momenten had een eigen schutterij best prettig geweest, omdat we dan zelf de dienst uit konden maken. Een aantal problemen hadden zich dan waarschijnlijk niet voorgedaan. Onderdeel zijn van dat ene nationale politiekorps heeft desondanks ook z’n charme. Politievrijwilligers opereren veelal in leuke teams en de contacten met de beroepscollega’s zijn goed. Ze beleven een hoop plezier aan elkaars aanwezigheid. Ook zijn ze trots op de prestaties die ze als team boeken. Eigenlijk is het dus maar goed dat er geen afzonderlijk vrijwilligerskorps is.

Nog te vaak hoor ik dat er over politievrijwilligers gesproken wordt als leden van de vrijwillige politie. Dit terwijl ze politiecollega’s zijn die toevallig op vrijwilligersbasis in dienst zijn. Ik vind dat jammer. Taal is namelijk een krachtig middel. Als je jezelf steeds weg laat zetten als buitenstaander, dan word je vanzelf als een buitenstaander behandeld. Natuurlijk zijn politievrijwilligers niet fulltime in dienst, maar het grote aantal bijzondere regeltjes waar politievrijwilligers mee geconfronteerd worden laat zich maar op één manier verklaren.

Politievrijwilligers moeten over dezelfde competenties beschikken, dezelfde toetsen afleggen en beschikken over dezelfde bevoegdheden als hun beroepscollega’s. Desondanks worden ze nog teveel gezien als schutters en te weinig als gelijkwaardige collega’s. Als LOPV willen we dat daar een einde aan komt. Om die omslag in denken teweeg te brengen is het belangrijk dat we ons in woord en daad onderdeel maken van dezelfde organisatie en vooral de overeenkomsten gaan benadrukken. Ik zie het inmiddels als persoonlijke missie om de term ‘vrijwillige politie’ uit ons standaard taalgebruik te krijgen. Weg met de schutterij!

Graag moedig ik u aan om binnenkort het Rijksmuseum te bezoeken. Loop dan vooral ook naar het einde van de eregalerij. Daar hangt het bekendste schuttersstuk ter wereld. Het doek, De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren, zult u ongetwijfeld kennen onder diens bijnaam De Nachtwacht. Kijk ernaar en stel uzelf de vraag: wil ik lid zijn van de schutterij, of ben ik als politieambtenaar onderdeel van dat ene nationale politiekorps? Als u tot hetzelfde antwoord komt als ik, laten we het dan niet meer over ‘vrijwillige politie’ hebben. Komt u tot een ander antwoord, zullen we dan een afspraak plannen om een nieuw schuttersstuk te laten schilderen? De muren van ons clubhuis zijn namelijk nog leeg.