Kadernota’s, onderzoeksrapporten, referentiekaders, beleidsreacties, scripties, commissierapporten, verkenningen, standpuntnotities en Tweede Kamerbrieven. In de afgelopen jaren is een indrukwekkende hoeveelheid stukken geschreven over politievrijwilligers. Stapel je ze allemaal op, dan kun je er een aardige bijzettafel van maken. De ene helft beschrijft dat de politie er goed aan zou doen om meer gebruik te maken van politievrijwilligers, want er liggen veel kansen. Dat de politie er alsmaar niet in slaagt om haar vrijwilligers voldoende begeleiding te bieden is waar de andere helft van de stukken over gaat. Door de jaren heen zijn onze leden er steeds minder in gaan geloven dat die stukken zullen helpen om hun situatie te verbeteren. Ze zitten niet te wachten op weer een stuk papier. Ze zitten te wachten op een adequate rijopleiding, duidelijkheid over welke taken ze mogen uitvoeren, hun boa-bevoegdheid, duidelijkheid over hun onkostenvergoeding en rechtspositie of om perspectief op doorstroming naar hogere rangen.

In het voorjaar werd aan die grote stapel stukken nóg een stuk toegevoegd. De visie op politievrijwilligers. Het stuk beschrijft hoe de minister aankijkt tegen vrijwilligers bij de politie en wat er gedaan moet worden om hun inbedding in het korps te verbeteren….. Nu zijn wij druk bezig met de uitwerking.

De uitwerking gebeurt stap voor stap. Drie deelprojecten zijn tegelijkertijd gestart. Rechtspositie, taken & werkzaamhedenen en vrijwilligersmanagement. Van het deelproject rechtspositie is het ministerie de voortrekker. De eerste inhoudelijke gesprekken staan nu gepland voor dit najaar. De onderwerpen spreken voor zich. De inbedding van onze rechtspositie in het algemene rechtspositiebesluit van de politie, verzekeringen en de onkostenvergoeding van vrijwilligers met een ATH-aanstelling zijn daarin het belangrijkste. De politieorganisatie heeft het voortouw bij het uitwerken van het thema taken & werkzaamheden. Ook dit deelproject is inmiddels gestart. Het gaat daarbij over zaken als: wat vinden vrijwilligers dat ze kunnen en waar willen teamchefs vrijwilligers voor inzetten. In het kader van dit deelproject is er laatst een enquête naar de politievrijwilligers verzonden. Zodra dit deelproject klaar is kan de voorbereiding van nieuwe vrijwilligersopleidingen beginnen. Daarna start het nadenken over de werving en selectie van nieuwe politievrijwilligers.

Voor wat betreft de uitwerking van het vrijwilligersmanagement ligt het initiatief ook bij de politieorganisatie. Daar is de afgelopen maanden al hard aan gewerkt. In de zomer, terwijl de politievrijwilliger van zijn vakantie genoot, zijn wij doorgegaan. Er is regelmatig overleg en de LOPV denkt actief mee. Doel is om uniforme afspraken te maken over bijvoorbeeld de operationele aansturing en begeleiding op de werkvloer, wie er verantwoordelijk is voor het houden van functioneringsgesprekken en wie ervoor moet zorgen dat de vrijwilliger over de juiste uitrusting beschikt. In alle stukken uit de afgelopen 15 jaar zijn daar veel aanbevelingen voor gedaan. We proberen zoveel mogelijk van de inzichten uit die stukken te combineren en zijn daarbij al een aantal keer door het bijzettafeltje heen gebladerd. De LOPV heeft ook goed geluisterd naar de politievrijwilligers tijdens de verschillende ledenbijeenkomsten in 2015 en 2016. In alle gesprekken die wij hebben is ons uitgangspunt daarom: "hetzelfde, tenzij". Een politievrijwilliger en een beroepskracht moeten in principe hetzelfde behandeld worden, tenzij er logische redenen zijn om dat niet te doen.

De stappen die we nu doorlopen kosten tijd, maar zijn nuttig en noodzakelijk. Ze gaan in de praktijk invloed hebben. Afspraken over het vrijwilligersmanagement leggen de basis voor het gesprek tussen vrijwilligers en hun leidinggevenden over een prettige werksfeer en doorontwikkelingsmogelijkheden. Er is in de afgelopen jaren achter de schermen nog niet eerder zoveel in beweging gekomen als nu het geval is. De LOPV kan het de politievrijwilliger niet kwalijk nemen dat zij pessimistisch zijn over dit proces en de mogelijke uitkomsten. Toch ben ik er optimistisch over dat er dit keer echt iets gaat veranderen. De tijd is ernaar en de nationale politie wordt langzaam rijp genoeg om de politievrijwilliger serieus te kunnen nemen. Natuurlijk overtuigen zichtbare resultaten het gemakkelijkste. Als ik de geluiden die ik tijdens ledenbijeenkomsten heb gehoord samenvat, dan zijn er drie belangrijke mijlpalen te halen; politievrijwilligers willen serieus genomen worden door de politietop, ze willen een inzet die beter aansluit bij hun kennis en kunde, verlangen duidelijkheid over doorstroomkansen en willen dat daar meer kansen voor komen én (vooral vrijwilligers in de ondersteuning) willen verbeteringen in hun rechtspositie. Deze punten zijn voor de LOPV, zodra er over het implementatietraject gesproken wordt, speerpunten. Er wordt nu dus gewerkt aan de strategische beleidsuitwerking. Dat gaat zeker nog tot het einde van dit jaar duren. De implementatie start in de periode daarna. Aangezien de minister de visie al in 2020 wil evalueren zal er dus vaart moeten worden gemaakt.

Rest mij nog een advies. Het zijn spannende tijden en sommige politievrijwilligers maken melding van gevoelens van onveiligheid. Bespreek dit met degene die je operationeel aanstuurt. Of anders met je teamchef. Die kunnen meedenken over een goede oplossing. Een van de consequenties van het uitgangspunt “hetzelfde, tenzij” is echter wel dat de politievrijwilliger in dezelfde functie en rang geen andere behandeling zal krijgen dan de beroepscollega op ditzelfde niveau. Verlang dus geen voorkeursbehandeling. Verlang wel dat de politie uw gevoelens zeer serieus neemt en de maatregelen neemt die nodig zijn om uw veiligheid voldoende te waarborgen.