Op 7 januari heeft er CGOP-werkgroepoverleg tussen vakbonden, LOPV en een afvaardiging van het ministerie en de politie plaatsgevonden over politievrijwilligers. Het was de eerste bijeenkomst van de werkgroep politievrijwilligers sinds bijna een jaar.

Tijdens de bijeenkomst heeft de politie aangegeven dat er onder een nieuwe projectleider en met nauwe betrokkenheid van de korpsleiding een doorstart van het project politievrijwilligers wordt gemaakt. Het ontwikkelen van een visie op politievrijwilligers wordt weer opgepakt. Zo'n visie is belangrijk voor de verdere uitwerking van het vrijwilligersbeleid. Sindsdien vindt er intensief overleg plaats tussen alle partijen met als insteek om de visie zo snel mogelijk af te kunnen ronden in het CGOP (Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken) van 4 februari. Op basis van deze visie wordt daarna gestart met de uitwerking van een toekomstbestendig beleid, waarmee recht gedaan wordt aan de positie van vrijwilligers in de politieorganisatie.

Speciale aandacht komt er voor onder meer opleidingen, vrijwilligersmanagement en rechtspositie.

politie web

Na intensieve onderhandelingen hebben de politiebonden en minister Van der Steur op donderdag 17 december 2015 een nieuwe cao gesloten voor de periode van 2015 tot en met 2017. Voor onze beroepscollega’s bevat de nieuwe cao belangrijke afspraken over salarisverhoging, loopbaanverlof en meer. Maar de nieuwe politie-cao is niet alleen relevant voor hen. Ook voor politievrijwilligers gaat het belangrijke gevolgen hebben. De LOPV is verheugd over deze ontwikkeling.

Naar aanleiding van het kritische rapport “Politievrijwilligers (on)gewenst”, Heeft Tweede Kamerlid Peter Oskam schriftelijke vragen aan de minister van Veiligheid en Justitie gesteld. Uit de antwoorden van de minister blijkt het volgende:

  1. De politie neemt haar vrijwilligers net zo serieus als beroepspersoneel en daarom wil men rekening houden met het takenpakket, de opleidings- en doorgroeimogelijkheden. De gelijkwaardigheid geldt zowel voor de erkenning en de waardering voor het werk van de politievrijwilligers als in de collegiale contacten en cultuur die hiermee samenhangen. De korpsleiding rondt in december de visie op de vrijwilligers binnen de nationale politie af.
  2. In 2016 en 2017 gaat de aandacht van de politie en het ministerie uit naar de zittende vrijwilligers. De standaardisatie van een landelijk vrijwilligersbeleid heeft prioriteit. Verder werkt men aan het gelijktrekken en moderniseren van de regionale rechtspositieregelingen.
  3. Onderdeel van het gelijktrekken van rechtspositieregelingen is het maken van nieuwe afspraken over de onkostenvergoeding die politievrijwilligers ontvangen. Zo zullen er afspraken gemaakt moeten worden over de onkostenvergoeding van niet-executieve (ondersteunende) politievrijwilligers. Ook werkt de minister aan een oplossing voor politievrijwilligers die een uitkering ontvangen. Het ontvangen van een onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk bij de politie leidt nu soms tot problemen met uitkeringsinstanties. De minister kondigt in zijn antwoorden aan dat hij samen met de minister van SZW, het UWV, de Belastingdienst en zo nodig de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) naar een oplossing zoekt.
  4. De minister vindt aandacht voor de integratie van politievrijwilligers in de politieorganisatie belangrijk. Er wordt gekeken naar mogelijkheden om vrijwilligers meer inspraak te geven en te zorgen dat ze beter gehoord worden in de eenheden. Op dit moment zijn er geen plannen om meer politievrijwilligers in de top van de organisatie te krijgen. De minister sluit echter niet uit dat dit op een later moment wel mogelijk is.
  5. In de afgelopen tien jaar zijn tenminste 224 politievrijwilligers doorgestroomd naar beroepsfuncties bij de politie. De LOPV maakt hier uit op dat politievrijwilligers een belangrijke groep is bij de werving en selectie van beroepspersoneel bij de politie.
  6. Tot 2017 zal de werving van nieuwe politievrijwilligers geen prioriteit krijgen bij de politie. De huidige politievrijwilligers gaan voor. De minister vindt het belangrijk dat zij een goede plek binnen de politie vinden en dat hun tevredenheid verbetert. De minister is echter niet bereid om de tevredenheid van politievrijwilligers jaarlijks te toetsen.

De premies van de ziektekostenverzekeringen, waaronder de PolitieZorgpolis (PZP) zijn bekend. Je hebt tot 1 januari 2016 om verzekeringen te vergelijken en, indien gewenst over te stappen.

Bij de recent afgeronde aanbesteding voor een zorgverzekering hebben politie en vakorganisaties ACP, NPB en VMHP op basis van kwaliteit en prijs gekozen voor CZ, de PolitieZorgpolis. Dit houdt in dat wij ons voor vier jaar verbinden aan CZ en het contract daarna jaarlijks verlengd kan worden voor wederom een periode van maximaal vier jaar.

Afgelopen week hebben verzekerden van de PZP een brief gekregen met informatie over de nieuwe premies, voorwaarden en hoogte van het eigen risico per 1 januari 2016.  Belangrijk nieuws is dat voor het zesde jaar op rij de premies van de aanvullende verzekeringen Basis PZP, Plus PZP, Jongeren PZP (tot 31 jaar) en Tandarts PZP gelijk blijven.  

 

Vorige week maandag overlegden voorzitter Michael Sijbom en bestuurslid Bert van der Wees met politieminister Ard van der Steur en lid van de korpsleiding Henk van Essen over politievrijwilligers. Onderwerp van gesprek was hoe we de vastgelopen gesprekken over nieuw vrijwilligersbeleid vlot kunnen trekken en of het mogelijk is om politievrijwilligers als reservisten in te zetten voor de opvang van de hoge asielinstroom.

In het gesprek heeft de minister aan de LOPV laten weten veel waardering te hebben voor de bijdrage die politievrijwilligers leveren aan de politie en de samenleving. We begrepen van de minister dat hij dit daarom nu snel op orde wil brengen voor zittende politievrijwilligers. De instroom van nieuwe mensen komt pas na 2017 weer in beeld. Ook wordt onderzocht wat ervoor nodig is om politievrijwilligers als reservisten in te zetten, mocht de politie daar op enig moment behoefte aan hebben.

Voorzitter Sijbom heeft bij de minister aangegeven dat wij de conclusies van het onderzoek van de SMV en de VU Amsterdam onderschrijven. Van korpsleider Van Essen kregen we te horen dat het korps aan de slag is gegaan met een aantal van de aanbevelingen uit het rapport. Ons aanbod om nog actiever betrokken te worden bij de beleidsvoorbereiding werd door de minister genereus omarmd.