Hieronder treft u een overzicht van de voor politievrijwilligers meest relevante wettelijke bepalingen.

Vrijwilligersmanagement

Voor meer informatie over afspraken over het vrijwilligersmanagement verwijzen we u naar dit artikel. Het sturingsconcept kunt u hier vinden. Hebt u vragen over het sturingsconcept? Neem dan contact met ons op.

Inzetkader

Politie, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de politievakbonden en de LOPV hebben afspraken gemaakt over de inzetbaarheid van politievrijwilligers. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Inzetkader politievrijwilligers. Het inzetkader kunt u hier vinden. Hebt u nog vragen over het inzetkader? Neem dan contact met ons op.

Rechtspositie

De rechtspositie van politievrijwilligers is geregeld in de Ambtenarenwet en het Besluit rechtspositie vrijwillige politie (BRVP). De ambtenarenwet bevat algemene bepalingen over hoe een (vrijwillig) ambtenaar zich dient te gedragen. Het BRVP gaat specifiek in op rechten en plichten.

Politievrijwilligers moeten zich gedragen zoals in alle redelijkheid van elke politieambtenaar verwacht mag worden. Doen ze dit niet, dan kunnen ze daarop aangesproken worden. In het ergste geval zouden ze ontslagen kunnen worden, maar ze vallen wel onder de (zware) ontslagbescherming voor ambtenaren. Wanneer de politievrijwilliger tijdens de dienst schade oploopt, dan is het uitgangspunt dat hij deze vergoed krijgt. Er zijn drie verzekeringen afgesloten, namelijk een ongevallenverzekering, een molestverzekering en een ziekengeldverzekering. De uitvoerende politievrijwilligers ontvangen een uurvergoeding voor hun werkzaamheden en de gevolgde opleidingen en trainingen. Daarnaast ontvangen ze een jaarlijkse vergoeding die in december wordt uitgekeerd. Elk jaar past de minister van Veiligheid en Justitie de vergoedingen aan op de inflatie. De uur- en jaarvergoeding worden bruto uitgekeerd, maar zijn netto ongeveer even hoog als de vrijwilligersvergoeding zoals die in het stichtings- en verenigingsleven gebruikelijk is. Voor ondersteunende politievrijwilligers wordt momenteel onderhandeld over de vergoeding(en) waar ze recht op hebben.

Politievrijwilligers die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak zijn algemeen opsporingsambtenaar (art. 141, Wetboek van Strafvordering). Hun bewapening en uitrusting is hetzelfde als die van beroepscollega's en ze moeten daarom dezelfde (half)jaarlijkse toetsen afleggen om die te mogen dragen.

Rangen

In het Besluit rangen politie is geregeld welke executieve vrijwilliger welke rang draagt. De vrijwilliger die in opleiding is draagt de rang van aspirant. Na het voltooien van de initiële opleiding hangt de rang van de vrijwilliger af van de taken waarmee hij is belast. De meeste executieve vrijwilligers zullen in eerste instantie worden belast met taken op het gebied van:

- het surveilleren, het treffen van maatregelen ter handhaving van de openbare orde en het verlenen van hulp op openbare plaatsen,
- het opsporen van overtredingen en misdrijven waarop als hoofdstraf maximaal een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de vierde categorie is gesteld,
- het vaststellen van gedragingen als bedoeld in als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften,
- het houden van toezicht op en het verzorgen van ingeslotenen, zijnde degenen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd en daarnaast degenen die te behoeve van hulpverlening aan hem op het politiebureau zijn ondergebracht, en
- het verrichten van werkzaamheden op de meldkamer en de receptie van het politiebureau en van administratieve werkzaamheden.

Als de vrijwilliger met deze taken wordt belast, dan draagt hij de rang van surveillant. Daarnaast kan de surveillant, met instemming van het bevoegd gezag, worden ingezet bij specialistische werkzaamheden die niet behoren tot de opgesomde werkzaamheden, voor zover hij beschikt over de daarvoor vereiste opleiding en ervaring. Hierbij moet in ieder geval gedacht worden aan assistentie bij opsporingsonderzoeken naar misdrijven waar meer dan vier jaren gevangenisstraf of een hogere geldboete dan van de vierde categorie is gesteld.

De executieve politievrijwilliger kan ook door het bevoegd gezag worden belast met de uitoefening van de volledige politietaak, voor zover hij beschikt over de daarvoor vereiste opleiding en ervaring. De korpschef bepaalt in dat geval de exacte rang, maar die rang is ten minste agent en ten hoogste commissaris.

Bewapening en uitrusting

De bewapening van de vrijwillige ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitoefening van de politietaak, is geregeld in de artikel 7 en artikel 24 van het Besluit bewapening en uitrusting politie.

Executieve politievrijwilligers zijn volgens het Besluit bewapening en uitrusting politie niet standaard bewapend met het pistool en de lange wapenstok. De LOPV zet zich ervoor in dat de minister dit besluit wijzigt, zodat politievrijwilligers in dezelfde rang als een beroepscollega, bij hetzelfde incident en belast met dezelfde taak, over dezelfde geweldsmiddelen kunnen beschikken. De minister is dit met de LOPV eens. Hij heeft als tussenoplossing toestemming gegeven aan de Korpschef om dat mogelijk te maken. Daardoor zijn alle executieve vrijwilligers in de rang van agent en hoger – en zij die daartoe opgeleid worden –, net zoals hun beroepscollega’s in de zelfde rang, bewapend met het pistool. Alle executieve politievrijwilligers kunnen ook zo nodig uitgerust worden met de lange wapenstok.

Arbeidstijdenwet

De arbeidstijden- en de arbeidsomstandighedenwet zijn allebei van toepassing op politievrijwilligers.