Als sinds 1948 maken politievrijwilligers integraal onderdeel uit van het Nederlandse politiebestel. Politievrijwilligers zijn burgers die, vaak naast een fulltime reguliere baan, een belangrijke en zinvolle invulling willen geven aan hun vrije tijd. Vanuit een grote mate van maatschappelijke betrokkenheid ondersteunen zij, na een opleiding van ruim een jaar, beroepscollega's bij het politiewerk.

In Nederland waren in 2014 ongeveer 3250 politievrijwilligers actief, onder te verdelen in twee categorieën; de executieve politievrijwilliger, aangesteld voor de volledige politietaak enerzijds en niet-executieve politievrijwilligers, aangesteld voor administratieve, technische en overige taken anderzijds. De executieve politievrijwilliger heeft dezelfde bevoegdheden als de beroepscollega's. Zij zijn geüniformeerd, bewapend en doen volwaardig politiewerk. Het uniform is hetzelfde, er is geen verschil te zien tussen een politievrijwilliger of een beroepskracht. De niet-executieve politievrijwilliger verricht, veelal op het politiebureau, allerhande diensten ten behoeve van de ondersteuning van de politieorganisatie.

De beroepspolitie bestaat uit ruim 60.000 medewerkers inclusief administratief, technisch en huishoudelijk personeel. In 2013 heeft minister Opstelten vastgesteld dat het aantal politievrijwilligers in 2015 in totaal op 5000 medewerkers zou moeten komen.

Taken

Politievrijwilligers verrichten een breed scala aan werkzaamheden. De politie kent twee soorten vrijwilligers.

Enerzijds zijn er de politievrijwilligers die de politietaak uitvoeren en bijvoorbeeld op straat zijn belast met algemene surveillance, het houden van verkeerscontroles, de handhaving van de milieubepalingen of het uitvoeren van opsporingsonderzoeken bij de recherche. Deze zogenaamde uitvoerende (of executieve) politievrijwilligers zijn veelal bewapend en hebben dezelfde bevoegdheden als beroepsmatige agenten. Ook hebben zij een rang. De meest voorkomende rangen zijn surveillant, agent en hoofdagent, maar er zijn ook politievrijwilligers met een hogere rang.

Anderzijds zijn er de ondersteunende (of niet-executieve) politievrijwilligers die ondersteunende taken uitvoeren. Zij werden in het verleden vaak aangeduid als volontairs, om ze duidelijk te onderscheiden van de executieve politievrijwilligers die een geheel andere rechtspositie had. Sinds enige tijd zijn ondersteunende politievrijwilligers ook aangesteld als ambtelijk vrijwilliger. De term volontair zal daardoor steeds meer gaan verdwijnen. De ondersteunende politievrijwilligers assisteren bijvoorbeeld bij buurtonderzoeken, bij administratieve taken en allerlei overige werkzaamheden.

Rechtspositie

Politievrijwilligers zijn aangesteld als vrijwillig ambtenaar van politie. Ze zijn dus ambtenaar en vallen onder het ambtenarenrecht. Hun rechtspositie is geregeld in de Ambtenarenwet en uitgewerkt in het Besluit rechtspositie vrijwillige politie. Politievrijwilligers moeten zich gedragen zoals in alle redelijkheid van elke politieambtenaar verwacht mag worden.

Politievrijwilligers die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak zijn algemeen opsporingsambtenaar (art. 141, Wetboek van Strafvordering). Hun bewapening en uitrusting is hetzelfde als die van beroepscollega's en ze moeten daarom dezelfde (half)jaarlijkse toetsen afleggen om die te mogen dragen.

Voor een overzicht van de wetgeving die op politievrijwilligers van toepassing is klikt u hier.

Toelatingseisen

Burgers die politievrijwilliger willen worden moeten voldoen aan een aantal eisen.

Politievrijwilligers die de politietaak uitvoeren moeten eerst een psychologische test en een sporttest afleggen of ze wel geschikt zijn voor het werk. De minimumleeftijd is 18 jaar. Ook moet de toekomstige politievrijwilliger de Nederlandse nationaliteit hebben. Onbesproken gedrag, een goede gezondheid en een behoorlijke conditie zijn verplicht. Ook van belang is dat de toekomstige politievrijwilligers beschikken over een goede persoonlijke presentatie en contactuele eigenschappen. Het opleidingsniveau is minimaal voorbereidend beroepsonderwijs (VBO).

Politievrijwilligers die ondersteunende taken uitvoeren moeten eveneens van onbesproken gedrag zijn. De andere toelatingseisen zijn afhankelijk van de ondersteunende taken die ze uitvoeren, maar zijn doorgaans veel minder streng. Ook is het vaak niet vereist om de Nederlandse nationaliteit te hebben.

Initiële opleiding tot uitvoerend politievrijwilliger

De vernieuwde initiële opleiding Vrijwillige politie 2.0 is gestart. Recent werd de opleiding al teruggebracht van drie naar één jaar. Maar er is meer veranderd en aangepast. Zo wordt de opleiding vanaf nu aangeboden op basis van blended learning. Dit is een vorm van leren waarbij gebruik gemaakt wordt van een combinatie van afstands- en contactonderwijs. De student deelt zelf zijn/haar studiemomenten in en kan zodoende een studieplanning maken die precies past bij het eigen werk- en leefritme. Gedurende de opleiding beoordelen docenten en praktijkbegeleiders de student. De opleiding wordt afgesloten met één kennistoets en één proeve van bekwaamheid. De kennistoets omvat alle theorie en de bekwaamheidsproef heeft betrekking op de kerntaak handhaving.

Specifieke vaardigheden noodzakelijk
Naast de algemene toelatingseisen vereist de opleiding specifieke vaardigheden. Juist door blendend learning heeft de student een hoge mate van zelfstandigheid en discipline nodig om deze opleiding tot een positief einde te brengen. Daarnaast dient de student over goede digitale vaardigheden te beschikken, omdat het merendeel van de opleiding bestaat uit zelfstudie met behulp van de computer.

Inhoud en indeling
De opleiding is in een aantal blokken verdeeld:

  1. Algemeen
    In dit blok worden algemene vaardigheden geleerd op het gebied van geweldsbeheersing en hulpverlening. Het succesvol afsluiten van deze trainingen is noodzakelijk om te kunnen deelnemen aan de stageperioden Surveilleren en Verkeerscontrole.
  2. Taak van de vrijwillige politie
    De student maakt kennis met het vak, de politieacademie en het korps. De organisatie van de nationale politie, je taak als vrijwilliger en het werken in een democratie staan hier centraal.
  3. Surveilleren
    De student leert wat belangrijk is bij een surveillance in het publieke domein, hoe op te treden tegen strafbare feiten en wat de daarbij behorende bevoegdheden uit het wetboek van strafvordering zijn.
  4. Verkeerscontrole
    Naast de theorie over verkeerscontroles wordt de student ook door middel van een simulatie voorbereid op de stage. Elk blok bestaat uit een theoriegedeelte, praktijktrainingen, simulaties en wordt afgesloten met een stageperiode.

De opleiding duurt ongeveer 57 weken (vakanties niet meegerekend). Gemiddeld zijn er twee lesavonden per week.

De initiële opleiding is op MBO-2 niveau. De LOPV pleit ervoor dat er ook initiële opleidingen op hogere niveaus worden ontwikkeld en aangeboden aan politievrijwilligers. Hier is de politie momenteel beleid voor aan het ontwikkelen.

Belangenorganisatie LOPV

Op 18 augustus 1973 werd een belangenorganisatie van politievrijwilligers opgericht. Deze heet de Landelijke Organisatie van Politievrijwilligers, kortweg LOPV. De LOPV behartigt de belangen van de politievrijwilligers bij autoriteiten en instanties. Verder geeft de LOPV voorlichting en brengt het gevraagd en ongevraagd advies uit aan de politie en het ministerie van Veiligheid en Justitie.